Historisch onderzoek vernieling eerste ijzertoren in 1946

Door Brecht Vermeulen op 11 november 2015, over deze onderwerpen: West-Vlaanderen

Vandaag, op 11 november 2015, vindt de IJzerbedevaart opnieuw plaats vinden te Diksmuide. Veel kleiner dan vroeger, en ook niet meer in open lucht maar wel in een tent. Ook al mobiliseert de IJzerbedevaart niet meer als vroeger, de IJzertoren is en blijft een van de belangrijkste symbolen van de Vlaamse Beweging. 

Over dat symbool : binnen enkele maanden zal het 70 jaar geleden zijn dat de oorspronkelijke IJzertoren door “onbekenden” met explosieven opgeblazen werd. Een eerste aanslag op de Ijzertoren vond plaats op 16 juni 1945, met enkel oppervlakkige schade. Maar in de nacht van 15 op 16 maart 1946 volgde een tweede aanslag met een deskundig aangebrachte lading dynamiet, die de toren volledig vernielde. Er bleven enkel nog twee uitstekende muren over, waartussen later de betonplaat met de verzen van Cyriel Verschaeve zou worden aangebracht : “Hier liggen hun lijken als zaden in ’t zand; hoop op de oogst, O Vlaanderland”.

De manier waarop de IJzertoren vernield werd, kon enkel gebeuren door deskundigen in explosieven. Onderzoeksjournalist Willy Moons heeft in zijn boek ‘Het taboe van Vlaanderen: 40 jaar na de aanslag’ (1986) proberen aan te tonen dat de aanslagplegers met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijk personen uit het Belgisch leger waren. Er was dan ook een ontmijningsdienst in de regio gestationeerd. Ook lokale politici zouden er bij betrokken geweest zijn.

In tegenstelling tot de eerst aanslag van 1945, volgde op de aanslag van 1946 wel een gerechtelijk onderzoek. Maar dat gerechtelijk onderzoek van toen deed en doet nog steeds veel vraagtekens rijzen. Er zijn grote vermoedens van intimidatie en politieke inmenging. Het gerechtelijk onderzoek mondde in april 1948 uit in negen voorlopige aanhoudingen, maar het onderzoek liep af zonder enig resultaat. In juni 1951 besliste de Kamer van Inbeschuldigingstelling twaalf personen buiten vervolging te stellen. Het Hof van Cassatie bevestigde dit arrest later. Het onderzoek werd definitief afgesloten in 1954, zonder dat ooit iemand in beschuldiging werd gesteld. De enige ‘straf’ die in deze zaak werd uitgesproken was het in 1952 het schorsen van de verantwoordelijke procureur-generaal van het Hof van Beroep in Gent voor één maand. Het feit dat er een onderzoek werd gevoerd dat tot niets heeft geleid, voedde het gevoel bij de Vlaamse Beweging dat de Belgische Staat – in volle repressietijd - doelbewust niets ondernomen had om de daders te vinden.

Willy Moons vermeldde in zijn boek zelfs dat halfweg de jaren ’80 iemand die militair was geweest aan een journalist zou meegedeeld hebben dat hij de munitie voor de aanslag van het DOVO-kamp in Westrozebeke naar de IJzertoren vervoerd had. Maar ook daar werd nooit iets ernstigs mee gedaan.

Het Vlaams Blok/Belang heeft in 2002, 2006 en 2008 in de Senaat en in 2006 ook in de Kamer van Volksvertegenwoordigers een voorstel tot oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie ingediend, belast met het onderzoek naar de dynamitering van de IJzertoren en naar de wijze waarop het gerechtelijk onderzoek werd gevoerd.  Klaarblijkelijk wenst de partij ditzelfde voorstel nu voor de vijfde keer in te dienen.

Een parlementaire onderzoekscommissie dient vooral om hoorzittingen te organiseren met eventuele getuigen of referentiepersonen. Maar alle betrokkenen zijn inmiddels al overleden.  Er zijn ook geen nieuwe feiten bekend. Omwille van die redenen meen ik dat een parlementaire onderzoekscommissie niet het goede middel is om het doel te bereiken.

Voor de politiek van vandaag is het onderzoek naar wie de aanslag heeft gepleegd, wie de opdrachtgevers waren, en hoe het gerechtelijk onderzoek gevoerd werd, niet meer relevant. Maar wat gebeurd is en wat fout is gelopen, is uiteraard historisch en moreel wel nog steeds van belang. Op haar colloquium van 23 augustus 2015 naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de nieuwe IJzertoren verwees het IJzerbedevaartcomité uiteraard opnieuw naar de dynamitering van de eerste IJzertoren. Voorzitter Paul De Belder vroeg aan de nabestaanden van de daders hun medewerking. "Nu de uitvoerders van de ongetwijfeld van alle waarschijnlijkheid allemaal overleden zijn en in vrede rusten, wil ik hun kinderen en/of kleinkinderen in alle sereniteit vragen ons de informatie door te spelen waarover zij beschikken". 

Als West-Vlaams N-VA parlementslid, wil ik een uitdrukkelijke oproep doen aan de Vlaamse universiteiten en aan de onderzoekers van wetenschappelijke instellingen om hierover een diepgaand historisch onderzoek op te starten. Zij moeten toegang krijgen tot alle stukken van het gevoerde gerechtelijk onderzoek, tot alle archiefdocumenten van politie, leger en staatsveiligheid, alsook de private archiefbronnen kunnen consulteren. Samen met mijn West-Vlaamse partijgenoten wil ik een historische opheldering, om dan deze bladzijde eindelijk om te kunnen slaan.

Op 14 februari 1987 werd de site van de Ijzertoren bij decreet uitgeroepen tot 'Memoriaal van de Vlaamse ontvoogding'. Het is ook een van de belangrijkste monumenten die verwijst naar de Groote Oorlog. Sedert 1998 is de IJzertoren opgenomen in de lijst van de VN als 'Internationaal Vredescentrum'. De dynamitering bijna 70 jaar geleden van de eerste toren, op een site die op heden een dergelijk symbolisch en maatschappelijk gewicht gekregen heeft, verdient dan ook een ernstig onderzoek. 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is