Brecht Vermeulen

Beschrijving

Brecht Vermeulen (°1969) is een geboren en getogen Roeselaarnaar. Brecht is getrouwd met Patsy Verhack en samen hebben zij twee kinderen, Reinhilde en Sebastiaan.

De Vlaamsgezindheid is bij Brecht ontstaan door het boek Cyriel Verleyen ‘Vertel eens wat over Vlaanderen’ en de media-aandacht over Voeren. Tijdens zijn studentenjaren werd hij overtuigd Vlaams-nationalist, als praeses van Moeder Westland Antwerpen en later van het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond Antwerpen.

Tijdens de eerste jaren van zijn professionele leven bleef hij actief in Vlaamsgezinde verenigingen. Hij werd secretaris van de Nationale Raad van de Vlaamse Volksbeweging en afdelingsvoorzitter van de VVB te Roeselare.

Vanaf de zijlijn kan je geen zaken veranderen, daarom stapte Brecht in 2012 in de actieve politiek. Hij werd lijsttrekker voor de N-VA bij de gemeenteraadsverkiezingen. De N-VA groeide bij deze verkiezingen uit van de kleinste partij tot de grootste, was uitzonderlijk. In 2014 kreeg Brecht de kans om als lijsttrekker deel te nemen aan de federale verkiezingen. Ook op 25 mei 2014 deed de N-VA het erg goed en werd de ‘relatief onbekende’ Brecht Vermeulen met ruim 37 000 voorkeurstemmen verkozen als Kamerlid.

Het politiek streven van Brecht voor de volgende jaren is samen te vatten als een roep om ‘Change’. Vlaanderen moet een grondige verandering kunnen doormaken. Die moet ervoor zorgen dat onze historisch gegroeide welvaart en welzijn ook in de huidige en toekomstige omstandigheden een hoog niveau kunnen behouden.
Brecht vindt dat elk volk het recht heeft om zijn eigen toekomst te bepalen en dat de grenzen van de politieke entiteit zo goed mogelijk moeten samenvallen met de grenzen van de culturele entiteit. Voor Vlaanderen doen we dat, met een beleid dat zich richt op het algemeen belang van alle Vlamingen.

Curriculum Vitae

1981 - 1987       Latijn-Wetenschappen klein Seminarie, Roeselare

1987- 1991        Toegepaste Economische Wetenschappen, UFSIA

1991- 1992         Bijzondere Licentie Internationale Politiek, UIA

1992 -1993         Adjunct-directeur, sociale huisvestigingsmaatschappij De Mandel

1993 - 2012        Directeur, sociale huisvestigingsmaatschappij De Mandel

2012 - 2014        Lid van het directiecomité van NV Nestas (Durabrik Group)

2014 - heden      Kamerlid, commissievoorzitter Binnenlandse Zaken, commissielid Handels- en Economisch Recht

Over mij

Houdt van

Houdt niet van

Voetbal.
Mijn vader was een echt voetbaltalent die op jonge leeftijd in de eerste ploeg van FC Meulebeke speelde. Mijn voetbaltalent, fysiek en gezondheidstoestand waren van die aard dat ik niet verder geraakte dan de miniemen van Dosko Beveren.  Maar ik ben altijd enthousiast gebleven voor de voetbalbeleving. Niet alleen engageerde ik me al vrij snel in de  werking van S.K. Roeselare en later S.V. Roeselare. Ook het bijwonen van voetbalmatchen in het buitenland stonden op het programma.  Celtic Glasgow, Fenerbahçe, Liverpool en Borussia Dortmund staan nog op het lijstje.

Muziek (1) : doedelzak.
Na een reis naar Schotland, kocht ik ooit op eigen houtje een Schotse doedelzak (Great Highland bagpipes). Maar er op spelen lukte me maar toen ik lid werd van de Flemish Caledonian Pipes and Drums Clan MacKenzie (Gent). En muzikaal niet zo moeilijk, maar fysiek een zwaar instrument. In Bretagne maakten de bagads en biniouspelers , die met dezelfde soort doedelzak een totaal andere soort muziek maakten, diepe indruk op mij. En dan heb je natuurlijk ook de Vlaamse doedelzak en de Ierse uilleann pipes die ik eveneens sterk waardeer.

Muziek (2) : zingen.
Ik zing graag. Als jonge sopraan was ik dikwijls solo zanger. De mooiste herinneringen bewaar ik aan de solo-optredens in Praag (met Colliemando) en in de Kerk van de paters Redemptoristen (met de Zilvervoskes). In mijn studententijd beperkte mijn zingen zich tot cantussen in de studentenclubs en tot spionkopgezangen op de voetbal. Later nam ik weer de draad op met het Sint-Michielsjongerenkoor.  Spijtig genoeg ontbreekt me de tijd om mij nog in een koor te engageren.

Muziek (3) : veel soorten!
Een van de moeilijkste vragen die men mij kan stellen is van welke muziek ik houd. Ik hou van de punkscène rond de Sex Pistols, de new wave uit mijn jeugd, Nederlandstalige kleinkunst, Franse chansons , Turkse pop, barok, klassiek, romantiek, Bretoense en Keltische folk, Caribische muziek, operette, soul, r&b, Braziliaans, fado, …

Chocolade:
Ik ben geen zoetemond. Maar voor chocolade heb ik een zwak en dan vooral Cote d’Or melkchocolade met hazelnootjes en in mindere mate Kwatta puur. Pralines en Nutella kunnen we dan weer niet bekoren.

Boeken:
overal in ons huis kan je boeken vinden. Uiteraard in mijn eigen bureau, maar ook op het nachtkastje, in de keuken, in de leefkamer, in de badkamer, … liggen boeken. Het soort boeken is daarenboven zeer gevarieerd : stripverhalen, maatschappelijke boeken, thrillers, geschiedenis, land- en volkenkunde, kunstboeken, …

Het gezang van vogels in de tuin:
de groene omgeving rond mijn woning trekt vogeltjes van allerlei slag aan. Ik ben geen kenner, maar ik hou van de verschillende liedjes die deze diertjes voor mij fluiten.

Vroeg opstaan
Ruzie
Heavy metal
Ongemanierdheid
Soapseries

Wist je dat...

… Brecht tussen zijn 18 en 41 jaar nooit koffie heeft gedronken (behalve een zeldzame Irish coffee) ? Hij vond/vindt de geur van koffie veel lekkerder dan de smaak.  Ook al drinkt hij nu en dan toch al eens koffie, het blijft een zeldzaam gebeuren.

... Brecht in zijn collegejaren nog in een muziekgroepje (‘The Unknown Movement’) heeft gespeeld ? In de schoolvakanties werd op zolderkamers met drummachines, synthesizers, cassetterecorders en vreemd materiaal extravagante muziek gemaakt.  Nummers werden enkel sporadisch op Radio Rollarius gedraaid en tot optredens kwam het nooit.  De muziek is even unknown gebleven als de movement. Gelukkig maar.

… toen Brecht in 1987 aankwam in Antwerpen er honderden West-Vlamingen aan de Faculteit T.E.W. van de toenmalige U.F.S.I.A. studeerden, en ongeveer evenveel aan de toenmalige Handelshogeschool.  Antwerpen had toen – zeker in West-Vlaanderen – een uitstekende reputatie voor haar economie-opleidingen.   Sedert de KULAK ook de bacheloropleiding T.E.W. aanbiedt, en nog meer door de massale aantrekkingskracht van Gent als studentenstad,  zitten momenteel maar een handvol West-Vlamingen meer in de economiefaculteit van de Universiteit Antwerpen.

…  Brecht in oktober 1993 een reünie organiseerde voor iedereen die met hem in de kleuterklas zat.  Maar Brecht was toen zelf de grote afwezige op die reünie omdat zijn vader die avond is overleden na een lang gevecht tegen zijn ziekte.

… Brecht rond 2001 nog boeken en materiaal heeft gekocht om zelf wijn te maken uit het fruit afkomstig uit zijn tuin.  Maar de daad werd nooit bij het woord gevoegd.

... een bijna volledig schepencollege van een West-Vlaamse gemeente ooit bij Brecht op bezoek kwam om hem te smeken zich terug te trekken als kandidaat voor een adviesraad ten voordele van een ambtenaar van hun gemeente, omdat de gemeenteraadsleden Brecht anders zeker zouden verkiezen boven die ambtenaar

… Brecht op 11 juli 2009 de doedelzakspeler was op de huwelijksviering van Bart De Wever en zijn vrouw Veerle

Brecht & het Vlaams-nationalisme

Ik ben opgegroeid in een traditioneel, katholiek, West-Vlaams middenklassegezin. Alhoewel mijn ouders lid waren van het Davidsfonds en elk jaar de Verschaeve-kalender kochten, heb ik dus geen Vlaams-Nationale stamboom.

Mijn vlaamsgezindheid ontstond in de laatste 2 collegejaren en kwam tot volle ontwikkeling tijdens mijn 5 jaren aan de Antwerpse universiteiten. Het bierflamingatisme van de studentencantussen had zijn charme, maar had voor mij grotendeels zijn betekenis verloren bij het verlaten van de universiteit.

Rond die tijd ontstond ook een nieuw fenomeen. Nadat het Vlaams Blok in 1991 haar doorbraak kende, werd alles wat Vlaams was op een veel negatievere manier bekeken dan daarvoor. De politieke linkerzijde en een groot deel van de culturele wereld beschouwden voortaan iedereen die zich identificeerde met Vlaanderen als enggeestig. Het weerhield me er toen niet van om actief te worden in de niet-partijpolitieke Vlaamse beweging. Ik werd al snel secretaris van de Algemene Raad en voorzitter van de lokale afdeling van de Vlaamse Volksbeweging.

Ik begon me in die tijd te verdiepen in de boeken van Maurits Van Haegendoren, Frans Vander Elst, Jacques Claes en Manu Ruys alsook in de tijdschriften Meervoud en Journaal.

Het is duidelijk dat de grendels die in de jaren 1960 op de grondwet werden geplaatst, voor een opeenvolging van onvolmaakte tot mislukte staatshervormingen zorgden. Bij de Vlamingen ging dit gepaard met een begripvolle toegevingsmentaliteit, die zorgde voor een permanente minorisering van de Vlaamse meerderheid door de franstalige minderheid. Dat is eigenlijk vreemd. Want het constante wantrouwen van de Franstaligen tegenover hervormingen is precies gestoeld op de vrees om binnen België geminoriseerd te worden door de Vlaamse meerderheid. En nu doet zich dikwijls het omgekeerde voor.

Daarenboven zorgde het toewijzen van steeds meer deelaspecten van het samenleven tot een feitelijk naast elkaar leven. België is vandaag geen democratie meer. Het zijn twee democratieën (een Vlaamse en een franstalige) die in één staatsstructuur naast elkaar leven. Elk met haar eigen partijen, media, cultuurbeleving, sociale en politieke consensus en politieke instellingen.

Dat zorgt dat we voor de problemen waarmee Vlaanderen en Wallonië geconfronteerd worden, elk volstrekt andere oplossingen hebben. In Vlaanderen bestaat er een consensus dat de rol van de overheid beperkt moet zijn, dat de markt en de gemeenschap hun werk moeten doen en de overheid deze werking enkel mag ondersteunen. In Franstalig België is er echter een breed geloof dat de overheid niet enkel een actieve rol moet spelen in de economie en de samenleving, maar dat de overheid beide ook moet beheersen. Het is niet aan mij om te zeggen dat Wallonië het anders moet doen, net zo min als ik aanvaard dat franstalig België ons haar visie opdringt. Maar als we dan toch volledige verschillende visies hebben, dan kunnen Vlaanderen en Wallonië niet veel beter doen dan elk op hun eigen grondgebied hun eigen oplossingen met hun eigen middelen en eigen structuren ten uitvoer te brengen.

Ik huiver voor een ik-ik-ik-maatschappij. Een samenleving mag niet herleid worden tot een geheel van individuen die allemaal hun persoonlijke rechten en vrijheden tot het uiterste willen gebruiken.  Tegenover de individualisering en apathie geloof ik in een moderne gemeenschapsvorming, in een samen-leven van vrije Vlamingen die verantwoordelijkheid opnemen voor het geheel. Vlaming zijn is voor mij niet gebaseerd op etnische oorsprong, wel op het actief deelnemen aan de Vlaamse samenleving, van het aanvaarden van de Vlaamse ‘publieke cultuur’…

Gaston Geens zegde ooit : “Wij zullen moeten bewijzen dat wij wat we zelf doen, beter doen”. Ik denk dat het een permanente uitdaging is om aan te tonen dat de wijze waarop we onze eigen res publica willen gestalte geven, ook een betere manier is dan daarvoor. Veel Belgische bevoegdheden zijn intussen al overgeheveld naar Vlaanderen. Maar we moeten ons hoeden voor zelfvoldaanheid over de manier hoe we omgingen met de eigen Vlaamse bevoegdheden. Want soms is de wijze waarop de Vlaamse overheid de zaken heeft aangepakt, geen toonbeeld van deugdelijk en efficiënt bestuur.  Niet zelden zeggen mensen dat Vlaanderen een te grote regeldrift kent. Veel lokale besturen, verenigingen, ondernemingen en gewone mensen kunnen niet meer aan die verplichtingen voldoen. Hierdoor verliezen ze hun zin voor initiatief, voor ondernemerschap en voor gemeenschappelijke doelen.

Ik ben geenszins iemand die elke overheidstussenkomst als des duivels beschouwt.  Maar we moeten afstappen van het idee dat wat het individu zelf kan, de overheid beter zou kunnen.

Medewerkers

Karel Merckx

persoonlijk medewerker