Ruim pakket transparantiemaatregelen goedgekeurd

Door Brecht Vermeulen op 1 maart 2018

Op donderdag 1 maart keurde de plenaire vergadering van de Kamer van Volksvertegenwoordigers het eerste - en volgens mij ook het belangrijkste - pakket van maatregelen ter goedkeuring voor, dat vorig jaar werd afgesproken tijdens de vergaderingen van de werkgroep politieke vernieuwing.

Het betreft de uitbreiding van het wettelijk kader rond de mandatenlijst en vermogensaangifte.

Bij de start van de werkgroep Politieke Vernieuwing – dat was in februari-maart 2017 - heeft N-VA 7 voorstellen gelanceerd binnen het thema “mandatenlijst en vermogensaangifte” van de cluster ‘transparantie’, en dit  op basis van o.a. mijn eigen wetsvoorstellen, wetsvoorstellen van senator Louis Ide in de vorige legislatuur, en mondelinge vragen van mezelf aan de eerste minister en aan de minister van justitie.

Over 6 van die voorstellen is een consensus gevonden en zijn volledig aanvaard. Het 7de voorstel, waarbij wij pleitten voor het aangeven van inkomsten uit publieke mandaten binnen een vork, werd zelfs uitgebreid naar een volledige en gedetailleerde transparantie van de inkomsten uit publieke mandaten.

Op elk van de gewijzigde onderdelen ga ik hier graag wat verder in.

Uitbreiding mandatenaangifte

Reeds sedert 1 januari 2005 zijn de gewone en bijzondere wetten van 2 mei 1995 en de gewone en bijzondere uitvoeringswetten van 26 juni 2004 van kracht.  Deze wetten gaan ervan uit dat een goedwerkende democratie enkel werkt, mits voldoende transparantie.  De uitvoering van die wetten moet aan de burger de mogelijkheid bieden na te gaan waar een politiek mandataris of topambtenaar vertegenwoordigd is.  De wetten leggen onder andere parlementsleden, kabinetschefs, adjunct-kabinetschefs, burgemeesters, schepen, bestuurders in intercommunales en bepaalde topfuncties in de overheid verplicht om bij het Rekenhof jaarlijkse een aangifte te doen van hun mandaten, en periodiek van hun vermogen. Dit alles moet belangenverstrengeling beter voorkomen.

Het Rekenhof heeft per brief aan de Werkgroep Politieke Vernieuwing laten weten dat er elk jaar tussen de 7500 en 8000 aangifteplichtigen zijn, die hetzij een mandatenlijst, hetzij een mandatenlijst en een vermogensaangifte indienen.  Het aantal neemt sterk toe in het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen en dit als gevolg van de vernieuwingen van de raden van bestuur en de directiecomités van de intercommunales

Reeds in 2011 hadden de N-VA’ers Louis Ide, Huub Broers en Liesbeth Homans het voorstel in de Senaat gelanceerd om, naast de kabinetschefs, ook de inhoudelijke medewerkers van de kabinetten van de regeringen, te verplichten een mandatenlijst in te dienen. Het werd in maart 2013 unaniem goedgekeurd in de Senaat, overgezonden naar de Kamer, maar niet in de Kamer behandeld. Ikzelf heb het voorstel in 2015 opnieuw ingediend.

Het politieke belang van inhoudelijke medewerkers is groot. Zij onderhandelen minstens evenveel over wetsontwerpen, voorstellen van decreet, koninklijke besluiten,  besluiten van de regionale regeringen, ministeriële besluiten en omzendbrieven als verkozen politici dat doen. Ik vind het dan ook logisch dat deze personen ook transparant zijn over hun mandaten en vergoedingen.

Tijdens de werkgroep politieke vernieuwing hebben de politieke partijen van de meerderheid en oppositie samen beslist om deze wet grondig aan te passen.  De uitbreiding naar experten en inhoudelijke medewerkers van kabinetten was ook voor de leden van de werkgroep een evidentie.

Rekening houdend met de disproportionele vergoedingen die er bestonden in Publifin, Publipart en Samusocial, en vooral het feit dat blijkbaar niemand daarvan op de hoogte was, brengen we voortaan ook transparantie in de vele ondernemingen en organisaties waar de publieke sector een overheersende rol heeft. De indieners wensen dat leden van raden van bestuur, directies en adviesraden van rechtspersonen waar de overheid een overheersende invloed uitoefent voortaan ook een mandatenlijst indienen. 

Er wordt een dubbel criterium gehanteerd: wie door een beslissing van de overheid deel uitmaakt van een bestuursorgaan of wie zetelt in een bestuursorgaan van een rechtspersoon waar de overheid of verschillende overheden samen, een overheersende invloed uitoefenen.

De NMBS, de Nationale Loterij, de Vlaamse Landmaatschappij, en de sociale huisvestingsmaatschappijen, allen vallen zij onder het toepassingsgebied van de nieuwe wet.     

Publicatie vergoedingen

Niet alleen zullen meer politici en topverantwoordelijken uit de publieke sector een mandatenlijst moeten indienen, ze zullen ook veel meer gegevens moeten opgeven.

Op heden dient een aangifteplichtige enkel te vermelden of de uitgeoefende functie bezoldigd is of niet. De voorliggende wetswijziging maakt dit gedetailleerder. Zowel voor de inkomsten uit publieke ondernemingen en organisaties, als voor de inkomsten uit private ondernemingen en organisaties, geldt voortaan dat:

  • de aangifteplichtigen hun publieke vergoedingen met het exacte bedrag van de lonen en vergoedingen moeten aangeven aan het Rekenhof, en dit op basis van de fiscale fiche die ze van de uitbetalende organisatie ontvangen;
  • zij ook hun private inkomsten bekend zullen moeten maken, zij het niet met het exacte bedrag maar wel volgens 6 categorieën.

Dat betekent dat dit land inzake transparantie van de publieke vergoedingen verder gaat dan het Europese parlement. Daar worden alle vergoedingen in een vork aangeven, terwijl hier alle publieke vergoedingen tot op de eurocent aangegeven moeten worden.

Extra sanctiemogelijkheden

Omdat een norm maar zo succesvol is als zijn afdwinging, krijgt het Rekenhof meer bevoegdheden om sanctionerend te kunnen optreden tegen politici die hun mandaten niet, onvolledig of verkeerd aangeven.

De huidige wet voorziet dat mandatenlijsten ingediend moeten worden tussen 1 januari en 31 maart. Indien men in gebreke blijft, stuurt het Rekenhof een aangetekende herinneringsbrief.  Dat gaat gemiddeld over een 1500-tal aangetekende brieven, behalve in het jaar na gemeenteraadsverkiezingen waarbij het cijfer tot 3000 kan oplopen. Ten laatste op 15 augustus publiceert het Rekenhof de lijsten.  Vorig jaar gebeurde de publicatie in het Belgisch Staatsblad plaats op 11 augustus 2017.  De website Cumuleo, dat een vrijwilligersinitiatief is dat de informatie uit dat Staatsblad omzet in een publiek raadpleegbare website, vermeldt dat er 124 personen nagelaten hebben hun aangifte in 2016 in te dienen. 

Die personen kunnen vervolgd worden door het parket. Theoretisch toch. Hoewel de wetgever hiervoor heeft bepaald dat een aangifteplichtige die geen mandatenlijst of vermogensaangifte indient, (voor elke nalatigheid) een geldboete van 600 tot 6.000 euro kan krijgen, blijkt uit een antwoord van Minister Koen Geens op een mondelinge vraag van mij dat dit bijzonder zelden gebeurt. De Minister van Justitie antwoordde mij echter wel dat, wat betreft de strafbaarstelling zelf betreft, hij er in algemene termen voorstander van is om inbreuken, die niet strafwaardig zouden zijn, niet langer penaal te sanctioneren, maar via de burgerlijke of administratieve weg.

Ook ikzelf ben hier al langere tijd voorstander van. Het was een suggestie, die het Rekenhof in haar jaarverslag 2014 ook vermeldde. In die zin ging de werkgroep politieke vernieuwing akkoord om een betere en effectievere handhaving mogelijk te maken, door naast de gerechtelijke vervolging ook administratieve procedure door het Rekenhof mogelijk te maken. Uiteraard wordt hierbij het recht op verdediging, alsook een beroepsprocedure in acht genomen. Zo zal het Rekenhof een waarschuwing kunnen geven, maar ook geldboetes kunnen uitschrijven. Hardnekkige politici zullen daarnaast zelfs door een rechter het verbod opgelegd kunnen krijgen om verkozen te worden, en dit voor een periode van vijf jaar.

Elektronische indiening

Tegenover de uitbreiding van de scope van de wetgeving, staat echter ook administratieve vereenvoudiging. Niet langer zal men jaarlijks op papier zijn mandaten aan het Rekenhof moeten overmaken, waarna men daar alle gegevens handmatig overtypt op een pc, maar zal de aangifte voortaan elektronisch gebeuren.

Die aangifte gebeurt op basis van het only once-principe: slechts éénmaal zal men zijn mandaten moeten overmaken aan het Rekenhof, waarna men jaarlijks zal moeten bevestigen of de gegevens nog correct zijn. Is dat niet het geval, dan volstaat het deze (elektronisch) in juiste zin aan te passen. Dit moet het werk voor zowel de aangifteplichtige, als voor het Rekenhof zelf sterk verminderen. Op die manier kunnen, ondanks de uitgebreide wetgeving, toch efficiëntiewinsten geboekt worden.

Ondernemingsnummer toevoegen

Een andere nieuwigheid, die de rechtszekerheid ten goede moet komen, is de opname van het ondernemingsnummer van de instelling waarin men een functie of mandaat heeft in de mandatenaangifte. Nu immers is het naamgebruik van instanties waarin iemand zetelt niet steeds consistent toegepast

vb. ik ben voorzitter van de cvba De Roeselaarse Woning en heb dit ook zo vermeld in mijn mandatenlijst. Mijn Roeselaarse collega uit de CD&V fractie is ook bestuurder in die vennootschap, maar zij heeft dit vermeld onder Roeselaarse Woning VZW .  U kan dit nagaan op de website van Cumuleo.  Maar het gaat wel degelijk over dezelfde rechtspersoon waarvan wij beiden bestuurder zijn, maar de naam is verschillend aangegeven.  Ongetwijfeld zonder verkeerde bedoelingen.  Dat zou verwarring kunnen doen ontstaan.  Daarom stelde ik vorig jaar voor aan de Werkgroep Politieke Vernieuwing om in de toekomst ook het ondernemingsnummer toe te voegen. 

Publicatie op de website van het Rekenhof

Qua transparantie naar de burger toe is hiermee de kous echter nog niet af. Onder het motto ‘vreemde ogen dwingen’, zal het Rekenhof voortaan de namen van de aangifteplichtigen en hun mandatenlijsten mét bijhorende vergoedingen duidelijk zichtbaar op haar website plaatsen. Hierop zal echter ook te zien zijn wie niét of onvolledig zijn vermogens –en mandatenaangifte heeft ingediend. Daarnaast wordt op de website van de Kamer een link naar deze pagina op de website van het Rekenhof voorzien. Deze responsabilisering vult de reeds wettelijk voorziene bekendmaking in het Belgisch Staatsblad aan.

Doen wij nu extravagante zaken? 

In de werkgroep Politieke Vernieuwing werden veel voorstellen gelanceerd die, naar mijn mening, vaak revolutionair, overtrokken, populistisch of exhibitionistisch waren.

Wat hier vandaag ter goedkeuring voorligt is daarentegen bijzonder evolutionair, rationeel, redelijk en verantwoordelijk. Dit moet de legitimiteit van onze hervormingen vergroten.

In juni 2011 publiceerde professor dr. Marleen Brans van het Public Management Institute van de Katholieke Universiteit Leuven het rapport “Transparancy of Rewards for High Public Office”. Het was een vergelijkende studie over transparantie in de vergoedingen van wetgevende en uitvoerende politici, topambtenaren en rechters in 13 Europese landen.  De professor heeft trouwens in mei 2017 aan elke fractie relevante informatie toegestuurd over dit thema. Enkele relevante cijfers en passages:

  • België was een van de landen waar het vinden van de vereiste informatie het moeilijkst was. Net zoals Roemenië scoorden we hier slechts een 3 op een maximum van 7.  Ierland en Zweden behaalden de maximale score van 7.
  • België was ook bij de laagste scores over de mate van actieve transparantie.  Actieve transparantie betekent dat de informatie over vergoedingen openbaar gemaakt wordt en toegankelijk voor iedereen is.
  • Tenslotte kende België ook weinig automatische mechanismen die transparantie stimuleerden.
  • De studie van professor Brans toonde aan dat een aantal landen al enkele jaren toonaangevend zijn in transparantie.  Zweden, Nederland en Estland bijvoorbeeld, maar ook Hongarije en Noorwegen.

In Nederland is op de website van de Tweede Kamer al lang informatie op de zogenaamde openbare registers te vinden : het gaat over het reizenregister, het geschenkenregister en de register van de nevenfuncties (inclusief de vermelding van de eventuele bezoldiging).    De informatie uit die 3 registers is per parlementslid ook nog eens terug te vinden op de pagina’s over het betreffende lid van de Tweede Kamer.  Uit mijn contacten met Nederlandse parlementsleden via de I.P.U. en het Beneluxparlement blijkt dat niemand zich verzet tegen deze transparantie en dit als vanzelfsprekend ervaart. De Nederlandse Gemeentewet bepaalt ook dat burgemeesters, wethouders en leden van de raad hun nevenfuncties openbaar moeten maken. Er is zelfs een centraal register voor beroepsgegevens en nevenfuncties van rechters.  Het is evenwel onduidelijk of er publicatieplicht geldt voor vergoedingen voor vertegenwoordigers van de publieke sector in (semi-) overheidsbedrijven of voor topambtenaren.

Ook in de Franse Republiek dienen Parlementsleden eigenhandig een “Déclaration d’ intérêts et d’ activités” op te maken en in te dienen bij de Assemblée Nationale. De meeste categorieën in die verklaring hebben vooral te maken met deontologie en belangenconflicten.  Maar onder punt 10 wordt er ook gevraagd om een overzicht te geven van de professionele activiteiten, al dan niet tegen vergoeding, die het parlementslid wil blijven uitoefenen tijdens de duur van zijn mandaat.  In Frankrijk is het voor een parlementslid zelfs verboden om een nieuw beroep te starten tijdens het lopende mandaat. 9 op de 10 parlementsleden zouden het mandaat uitoefenen zonder dat ze nog een andere professionele activiteit hebben, met uitzondering van de publieke mandaten (bijv. burgemeester, schepen, voorzitter van een sociale huisvestingsorganisatie, …).  In Le Monde van 22 april 2013 bleek dat 240 van de 567 Franse parlementsleden bestuurder zouden zijn van een vennootschap, maar dan voornamelijk openbare vastgoedmaatschappijen, landbouwcoöperaties en publieke ondernemingen.

In het Verenigd Koninkrijk werden Members of Parliaments sedert de resolutie van het House Of Commons van 22 mei 1974 verzocht om mee te delen welke inkomstenbronnen zij hadden buiten hun parlementaire vergoeding.  Maar tot 1995 dienden zij hiervoor geen bedragen op te geven.  Op de website van het House of Commons wordt een pagina voorbehouden voor het “register of financial interests”.  Dat brengt informatie over elk geldelijk belang of materieel voordeel dat een parlementslid kan krijgen en waarvan men redelijkerwijs kan denken dat deze zijn handelingen, toespraken of stemmen als parlementslid kan beïnvloeden.  De webpagina toont voor 21 periodes sedert 1997 (die volgens mij samen vallen met zittingsperiodes van het parlement) gedetailleerde informatie.  Na zijn verkiezing wordt een parlementslid binnen de maand zijn eerste aangifte te doen.  Daarna moet hij binnen de 28 dagen elke wijziging meedelen.  Het register bepaalt 10 categorieën van ‘Financial Interests’ waarover een parlementslid transparant moet zijn :

  1. Weddes en lonen :  elke individuele betaling van £100 en elke betaling van 1 enkele bron die meer dan £300 pond bedraagt maar eventueel in verschillende stukken werd betaald
  2. Giften, leningen en andere steun : vanaf £1500 voor individuele betalingen of bij meervoudige betalingen vanaf £500
  3. Geschenken, voordelen en gastvrijheid van UK-afkomst.  Vanaf £300
  4. Bezoeken buiten het Verenigd Koninkrijk
  5. Geschenken, voordelen en gastvrijheid afkomstig van buiten het UK : vanaf £300
  6. Onroerend goed :  van zodra het onroerend goed £100.000 bedraagt, alsook van zodra het inkomen uit vastgoed meer dan £10.000 opbrengt
  7. Aandelen : van zodra men 15% van het kapitaal van een vennootschap bezit, of minstens £70.000 aan aandelen
  8. Varia
  9. Te werk gestelde familieleden die voor minstens £700 per jaar betaald werden via parlementaire uitgaven
  10. Familieleden die te werk gesteld zijn in lobbying

In Duitsland voorziet de website van de Bundestag eveneens informatie over de nevenactiviteiten en inkomsten naast het parlementair mandaat voor elk van de leden. Dat is een uitvoering van de Abgeordnetengesetz.  Sedert 1972 zijn er specifieke gedragsregels uitgewerkt voor Bundestag-leden. Er zijn transparantieregels en aangifteverplichtingen voor schenkingen, geschenken en voor de activiteiten naast het parlementaire mandaat.  De inkomsten uit activiteiten naast het mandaat moeten aangegeven worden van zodra ze minstens 1.000 euro per maand of 10.000 euro per jaar bedragen, weliswaar door vermelden in welke van de 7 schijven de bruto-jaarinkomsten zich bevinden. De informatie wordt op de website van de Bundestag gevonden bij de biografieën van de Bundestal-leden

Ook in het Europees Parlement is er via artikel 4, 2de lid van de deontologische code een verplichting om beroepsactiviteiten en de inkomsten daaruit te laten kennen.  De opgave van de inkomsten moet gebeuren binnen 5 inkomstenschijven  :

  • Onbezoldigd
  • Minder dan € 1000 per maand
  • Tussen € 1.000 en € 5.000 per maand
  • Tussen € 5.000 en € 10.000 per maand
  • Meer dan € 10.000 per maand

De opgave van de financiële belangen in het EU parlement bevat ook nauwkeurig op te geven informatie over :

  • Welke beroepswerkzaamheden een EU-parlementslid had gedurende de drie jaar voor zijn ambtsaanvaarding in het parlement, alsook zijn deelname aan comités en raden van bestuur gedurende diezelfde periode bij een onderneming, NGO, vereniging of enige andere organisatie die aan het rechtsverkeer deelneemt
  • Elke bezoldiging die het EU-parlementslid voor de uitoefening van een mandaat in een ander parlement ontvang,
  • Elke vaste bezoldigde activiteit die het lid naast zijn mandaat uitoefent in loondienst dan wel als zelfstandige.
  • Deelname aan comités en raden van bestuur
  • Elke externe activiteit tegen vergoeding (met inbegrip van publicaties, lezingen en advisering), wanneer de vergoeding in totaal meer dan 50.000 euro per kalenderjaar bedraagt

De maatregelen die met de voorliggende wetsvoorstellen uitvoering zullen krijgen, gaan dus in de richting van de ons omliggende landen en het Europees parlement.  Op een aantal punten gaan we verder (bijv. voor de ratione personae,…) dan wat andere landen doen.  Op een aantal punten zijn bepaalde landen nog transparanter dan België.

Feit is : met de vernieuwingen die deze wetsontwerpen brengen, gaat België verder in de ‘actieve transparantie’.

  • We bieden meer informatie dan vroeger
  • We zorgen zelf dat de informatie gemakkelijker zichtbaar is voor iedereen,
  • we maken dat de betrokken personen beter kunnen gecontroleerd worden door hun bovengeschikten, ondergeschikten, en collega’s   
  • We responsabiliseren de organisaties die publieke mandatarissen afgevaardigd krijgen in hun raden van bestuur,  de federale, gewestelijke, gemeenschaps- en lokale overheden, door zelf informatie te brengen
  • En we zorgen voor een bestraffende stok achter de deur, zodat die transparantie geen loos begrip blijft.

Mijn fractie en ikzelf zijn alvast tevreden met het resultaat.  Ik dank ook alle collega’s in de toenmalige werkgroep Politieke Vernieuwing voor de consensus die we hierin hebben bereikt en alle leden van de Commissie Grondwet voor de unanieme goedkeuring van de betreffende wetsvoorstellen begin februari 2018.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is